"Nu of nooit voor anti-pijnmatras"   

                                                                                                                                                 

(februari 2009)

       

Welkom op de site van

 

(… het is maar van welke kant je het bekijkt …)                                            

 

Alles, wat we om ons heen zien en gebruiken en niet door de natuur is voortgebracht, is door mensen bedacht, ontwikkeld en geproduceerd. Daarvan is bijna alles via een natuurlijke, geleidelijke weg ontstaan. Door het stapje voor stapje aanpassen en/of verbeteren van dat wat er al was. We hebben het dan in de regel over innovatie.

 

Slechts een fractie van dat alles, misschien wel minder dan 0,01%, is te betitelen als vernieuwing. Dat wat er tot dat moment niet was maar er dan opeens wel is, met als resultaat: een totaal nieuwe dimensie, toepassing of gebruik. Dit kun je “vernieuwend uitvinden” noemen. En dat is waar ik mij vooral op richt en mee bezig ben te brengen tot het stadium van haalbaarheid en benutbaarheid.

 

Maar, wat is in essentie “uitvinden”? Tijdens de uitzending “de Gongmakkers” van “Omrop Fryslân” in 2004 gaf dhr. Wouter Pijzel, voorzitter van de “NOVU” (Nederlandse Orde van Uitvinders) op de vraag van de interviewer “Wat is de kunst van het uitvinden?” het voor mij prachtige antwoord:

 

“Een sprong maken. Een sprong maken die de omgeving in eerste instantie niet volgt. En daarom zeggen ze “wat doe jij nou mal?”. Maar dat betekent dat je een sprongetje gemaakt hebt; je bent opeens ergens anders.

Dus de omgeving volgt dat niet, maar er is wel iets moois gebeurt. En het is vaak nog simpel ook.

Daarna zegt die omgeving: “dat had ik ook gekund”. Dàt zijn prachtige vindingen.”

 

Ik ben als creatief technieker (uitvinder/techniek-ontwikkelaar) actief, omdat het bedenken en (mee)ontwikkelen van nieuwe projecten, producten en technieken mij goed afgaat; het gaat als het ware vanzelf. Daarbij doet het er niet toe wat het onderwerp of de problematiek is, maar staat steeds weer de vraag centraal of ik tot vernieuwende gedachten kan komen die de basis kunnen vormen voor in de eerste plaats zinvolle, maar tegelijk commercieel haalbare vernieuwende ontwikkelingen.

 

Op het moment waarop een dergelijke vinding gebracht is tot een stadium van haalbaarheid kunnen andere partijen worden benaderd voor het participeren in een dergelijke ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de technische haalbaarheid via een werkmodelopstelling aantoonbaar is of wanneer er een conceptontwikkeling t.b.v. een project voldoende onderbouwd is en heeft vorm gekregen. Bij het project FBB (Flexibele Beton Bekisting) was dit al na een half jaar het geval. De ontwikkeling van de OndersteuningsMatras blijkt daarentegen veel lastiger. Na de drie jaar ontwikkeling op eigen kracht en financieel mogelijk gemaakt door een groep van ideële participanten zal deze ontwikkeling mogelijk nog wel eens een periode van 2 à 3 jaar van doorontwikkeling vergen om dit matrassysteem bij een marktpartij “te kunnen laten landen”.

 

                                                                                                                                                                                              Bearnd Hylkema